Historie

Wageningen heeft een interessante geschiedenis. Die heeft vooral te maken met de ligging in het uiterste zuidwesten van het vroegere Gelre boven de rivieren, gescheiden door de Gelderse Vallei van het voormalige Sticht. In 1263 kreeg Wageningen al stadsrechten. Tijdens de grote oorlogen (1505-1526) liet Karel van Egmond, Hertog van Gelre, een kasteel ter versterking bouwen. In 1624-1625 werden de vestingwerken gemoderniseerd. In 1717 begon de sloop van de vestingwerken.

 

Van boerendorp ontwikkelde Wageningen zich tot een stadje met gevarieerde middelen van bestaan: tabaksteelt en sigarenindustrie, steenovens, wasserijen en in de 19de eeuw de grafische industrie.

 

Dankzij de komst in 1876 van het landbouwonderwijs en -onderzoek heeft Wageningen internationale bekendheid gekregen. Voor de Nederlander staat Wageningen vooral ook bekend als de  'Stad der Bevrijding'.

 

 

De oudste sporen van bewoning

De mensen die zich in de loop van de tijd op de Westberg vestigden wisten wel wat ze deden. Zij vonden beschutting tussen twee heuvelruggen die door de opstuwende ijsmassa's van de laatste ijstijden waren gevormd. We noemen ze nu de Wageningse berg en de Utrechtse Heuvelrug. Daartussen troffen zij in een venige vlakte hoge zandruggen, waarop ze akkers konden aanleggen en vee konden houden. En dan was er de Rijn, waardoor ze een uitstekende verbinding hadden naar oost en west. Er zij in het Wageningse sporen gevonden van een jachtkamp van de homo erectus. Deze mensachtige leefde meer dan 200.000 jaar geleden. Over zijn bestaan kunnen we slechts fantaseren. Er komt pas wat meer tekening in het beeld na de jongste ijstijd, zo'n 10.000 jaar geleden, als het landschap rond Wageningen zich heeft gevormd zoals het er nu nog steeds uitziet. Dan is het klimaat veel aangenamer en blijkt deze plek gunstig uit te pakken om te leven, beschut en vruchtbaar. De meanderende rivier bezorgde vruchtbare sedimenten; als hij te wild was, waren er de heuvelruggen voor droge voeten. En de rivier was natuurlijk ook de waterweg naar het oosten, waarvandaan belangrijke grondstoffen kwamen - steen, erts, later ook brons en ijzer.

Uit de overgangsperiode van steentijd naar de bronstijd ca. 2000 v. Chr. zijn bij Wageningen een groot aantal grafheuvels gevonden, de meeste op en aan de voet van de Wageningse Berg. Met een beetje goede wil durven archeologen wel te zeggen dat de plek van Wageningen sindsdien ononderbroken bewoond is geweest. Ook uit de opvolgende perioden, de ijzertijd, de Romeinse tijd en de vroege middeleeuwen zijn hier vele graven gevonden, soms met kostbare grafgiften.

 

Het eerste Wageningen

Op de Wageningse Berg zijn sporen gevonden van een dorpsgemeenschapje dat dateert uit de vroege middeleeuwen. Er heeft daar toen ook al een kerkje gestaan. In 838 wordt daarvan melding gemaakt in een acte van de bisschop van Utrecht, onder wiens jurisdictie het viel. Aan de voet van de Berg zijn grafvelden aangetroffen, die teruggaan tot de laat-Romeinse tijd, ca. 450. Er is in de graven een duidelijke ontwikkeling te zien van Germaanse naar christelijke rituelen.

In 1125 vinden we de eerste, eenduidige vermelding van de plaatsnaam Wageningen in een acte van het bisdom Utrecht. Rond die tijd ontstaat er ook bewoning aan de voet van de Wageningse Berg, in de richting van de tegenwoordige stad. Er zal toen aan de Rijn een handelskade zijn gebouwd. Aanvankelijk heet het daar Nij-Wageningen, maar naar mate het dorp op de Berg zijn betekenis verliest is er steeds meer sprake van Wageningen zonder meer. Daarnaast wordt dan ook nog een plaats Wagvene vermeld; dat kan een dorpje zijn geweest aan de rand van  het westelijk gelegen veen.

Hoe het ook zij, voor de graven, later hertogen van Gelre, was het een plek van groot belang. Zij wilden met alle geweld, vaak letterlijk, een stevige handelspost aan de Rijn en aan de grens met het Utrechtse. Graaf Otto II, een uitgekiend econoom en strateeg, maakte daar werk van.

Wageningen Vestingstad

Graaf Otto II zag in Wageningen een bijzonder geschikte plaats om zijn strategische positie te versterken. In 1240 was hij begonnen met de bevestiging van het nieuwe Wageningen door er een verdedigingswal en een gracht omheen te leggen, later nog versterkt met een muur. In 1263 verleende hij de plaats stadsrechten. Daarmee positioneerde hij Wageningen pal tegenover de vesting Rhenen van het rivaliserende bisdom Utrecht, dat ook stadsrechten had. In die eerste tijd telde de stad binnen de grachtengordel niet meer dan een paar honderd inwoners, wat erop duidt dat de graaf op een forse bevolkingsaanwas rekende. Ook de grote kerk aan de markt werd met dat perspectief gebouwd. Zij werd omstreeks 1288 voltooid. Helaas voor Wageningen kwam een voorspoedige ontwikkeling niet echt op gang, vooral omdat Arnhem zulke concurrentie niet wenste en bij de graaf wist te bedingen dat hij Wageningen kort hield. In het begin van de 15de eeuw kreeg Wageningen als handelsplaats de genadeslag doordat de Rijn zijn bedding van de stad afkeerde. Ook door het krijgsgeweld moest Wageningen een aantal keren van voren af aan beginnen. In 1422 veroverde de bisschop van Utrecht de stad en liet haar plunderen en in brand steken. In 1468 gebeurde dat alweer, nu als gevolg van een familiestrijd tussen hertog Arnold van Gelre en zijn zoon Adolf, die zijn vader had afgezet en Wageningen op zijn vader wilde veroveren.

Zijn zoon Karel van Egmond probeerde het nog op te nemen tegen de vanuit het zuiden oprukkende Bourgondiërs. In 1500 begon hij de bouw van een kasteel in Wageningen en knapte hij de vestingwerken rond de stad op. Uiteindelijk was Gelre echter niet opgewassen tegen de grote legers van de Bourgondiërs en hun opvolgers de Habsburgers, die het in 1543 in bezit namen. Utrecht hadden ze al eerder veroverd. Daarmee had Wageningen als belangrijkste grensplaats afgedaan.

De tachtigjarige oorlog (1568-1648) veranderde het karakter van de stad. Nadat Wageningen zich rond 1580 bij de Reformatie had aangesloten, besloot prins Maurits de vestingstad Wageningen in haar geheel te vernieuwen. De dubbele gracht werd tot één gracht vergraven, de omwalling verhoogd en voorzien van zes bolwerken. Daarmee was Wageningen sterker dan ooit tevoren.  Na de vrede van Munster in 1648 waren de vestingwerken alweer overbodig geworden. Ze werden al snel totaal verwaarloosd. Toen het land in het 'nationale rampjaar' 1672 van vier kanten werd aangevallen, marcheerden de Fransen zonder slag of stoot Wageningen binnen. Bij hun vertrek een jaar later bliezen ze het kasteel op en vernielden de vestingwerken. Einde vestingstad.

Een stadje met potentie

Het kasteel was geruïneerd en de soldaten waren verdwenen. Wageningen had afgedaan als vestingstad, het kon zich eindelijk gaan ontwikkelen als een normale, kleinstedelijke gemeenschap. Het kasteel en de fortificaties hadden in de ogen van de burgers alleen maar oorlog en geweld aangetrokken. Zij waren blij dat dat nu, aan het begin van de 18de eeuw, voorbij was. Wageningen kende in die dagen een aantal ambachtsgilden, er was een lakengilde, een kleermakersgilde, een koopliedengilde en een schippersgilde. De openbare orde was toevertrouwd aan zeker drie schuttersgilden, een voor de gegoede burgerij, een voor de ambachtslieden en een voor de boeren. Voor de ondersteuning van de armen waren er vier broederschappen. De landbouw was het belangrijkste middel van bestaan. Binnen de grachten bestond nog volop ruimte voor stadsboerderijtjes, buiten de muren lagen op de zandruggen in het veen een aantal buurten en brinken: boerderijen , stallen, schuren en erven. De man die de grootste invloed op het achttiende-eeuwse Wageningen heeft gehad was Lubbert Adolf baron Torck. Zijn familie had het kasteel in bezit gekregen; hij liet het deels met de grond gelijk maken en verbouwde het tot een fraai stadspaleis, omringd door renaissancetuinen. Torck was een politicus en zakenman van regionale en nationale allure. In Wageningen was hij een aantal keren burgemeester. Hij liet de straten verbeteren, zorgde voor stadsverlichting, liet stadspompen plaatsen voor veilig drinkwater, zorgde dat er een Latijnse school kwam en liet een indrukwekkend aantal herenhuizen bouwen, waarvoor hij rijke lieden aantrok uit zijn omvangrijke netwerk. Torck maakte Wageningen een stadje met enige allure, een stadje met potentie. De normale voorzieningen voor een zich rustig ontwikkelende gemeenschap kwamen tot stand. DE landbouw schakelde grotendeels over op de teelt van tabak. Eind achttiende, begin negentiende eeuw, in de Franse tijd, was het stadje in elk geval van voldoende importantie voor koning Lodewijk Napoleon om het met een bezoek te vereren.